Alle veelgestelde vragen

  1. Kan ik in 2018 al een Groeipakket aanvragen?
  2. Wat is het verschil tussen de vijf uitbetalers?
  3. Kan ik kiezen voor de bedragen van het nieuwe systeem?
  4. Kunnen kinderen geboren voor 1 januari 2019 ook meegenieten van voordelen van het Groeipakket?
  5. Krijg ik automatisch waar ik recht op heb?
  6. Ik woon in een ander landsdeel en ik verhuis in 2019 of later naar Vlaanderen. Hoe zal het Groeipakket er voor mij uitzien?
  7. Ik woon in het buitenland en ik verhuis in 2019 of later naar Vlaanderen. Hoe zal het Groeipakket er voor mij uitzien?
  8. Ik heb al een kindje of kinderen geboren voor 2019 en wil mijn gezin graag uitbreiden. Hoe ziet het Groeipakket er voor mij uit?
  9. Mijn kind heeft een specifieke ondersteuningsbehoefte en krijgt momenteel de verhoogde kinderbijslag. Wat verandert er voor ons vanaf 2019?
  10. Wat verandert er vanaf 2019 aan de sociale toeslag?
  11. Wie ontvangt de sociale toeslag bij een scheiding?

1. Kan ik in 2018 al een Groeipakket aanvragen?

Verwacht je je eerste kind in 2019? Dan kan je het startbedrag vanaf vier maanden voor de vermoedelijke geboortedatum van je kind aanvragen. Dit is dus ook al mogelijk in 2018. Hiervoor geldt dezelfde procedure als voor de aanvraag geboortepremie van de huidige kinderbijslagregeling.

Is je uitgerekende bevallingsdatum in 2019? En vraag je een voorafbetaling in 2018, dan krijg je het volledige startbedrag van 1.122 euro vooraf betaald. Is het niet je eerste kind, dan bedraagt de voorafbetaling 938,66 euro. Na de geboorte van je kind in 2019 gebeurt dan een extra betaling van 161,34 euro. Krijg je je baby toch nog in 2018? Voor een eerste kind krijg je het hogere bedrag van de geboortepremie voor een eerste kind bijgepast.

De geplande geboortedatum van je kind bepaalt welk bedrag je krijgt in geval van voorafbetaling. Je ontvangt de geboortepremie of het startbedrag waar je recht op hebt, ongeacht wanneer je je aanvraag doet. Mocht de geboorte van je kind vroeger of later dan voorzien uitvallen, dan zal er een correctie in jouw voordeel gebeuren.

Om een voorafbetaling van je startbedrag te kunnen krijgen, moet je ten vroegste vier maanden voor de vermoedelijke geboortedatum van je kind een attest van je dokter of vroedvrouw laten invullen. Doe je dit nog in 2018 dan zal de uitbetaling nog gebeuren via het kinderbijslagfonds waarbij de werkgever van de vader is aangesloten. Wacht je tot in 2019 om je aanvraag te doen, dan kan je zelf een uitbetaler kiezen. Vanaf 2019 zijn er vijf uitbetalers. Meer informatie vind je hier: LINK naar pagina over uitbetalers.

(naar boven)

2. Wat is het verschil tussen de vijf uitbetalers?

FONS (publieke uitbetaler) en de private uitbetalers Infino, My Family, Kids Life en Parentia zijn de vijf nieuwe uitbetalers vanaf 2019. Iedere uitbetaler betaalt, zoals nu al het geval is in de huidige kinderbijslagregeling, dezelfde bedragen uit . De bedragen verschillen dus niet maar de uitbetalers kunnen wel eigen accenten leggen in dienstverlening.

(naar boven)

3. Kan ik kiezen voor de bedragen van het nieuwe systeem?

Alle kinderen krijgen vanaf 1 januari 2019 een Groeipakket. Heb je al kinderen die geboren zijn voor 1 januari 2019, dan behouden zij het recht op hun basisbedragen tot zij uitstromen uit de kinderbijslag. Kort: de bedragen waar zij recht op hadden op 31 december 2018 en hun leeftijdsbijslagen op 6, 12 en 18 jaar. Wij zorgen ervoor dat geen enkel gezin minder krijgt op het moment van de omschakeling op 1 januari 2019.

Alle kinderen in het nieuwe systeem opnemen was niet mogelijk omdat de verworven rechten gegarandeerd moeten blijven. Een regeling waarbij je een keuze maakt tussen het ene of het andere systeem is niet mogelijk.

Wel zullen de toeslagen voor alle gezinnen worden opengesteld, waardoor er meer mensen in aanmerking komen voor toeslagen dan voordien. Vroeger moest je een bepaald socioprofessioneel statuut hebben om een sociale toesla g te krijgen. Vanaf januari 2019 is dit niet meer zo.

Het was geen eenvoudige oefening om een nieuwe regeling te ontwikkelen. Er zijn een aantal expliciete keuzes gemaakt. Keuzes die te maken hebben met een nieuwe maatschappelijke realiteit. Keuzes maken, brengt met zich mee dat er dingen veranderen en dat middelen anders verdeeld worden. Mét de nodige gevolgen. Er zijn geen verliezers van de nieuwe regeling want ieder gezin zal behouden wat het nu krijgt. Maar, niet elke kind krijgt na 1 januari hetzelfde als wat een kind nu krijgt. Dat zou het nut van een hervorming ondergraven. De toekomst van het Groeipakket is: waar de nood het hoogst is, zal het meer zijn.

(naar boven)

4. Kunnen kinderen geboren voor 1 januari 2019 ook meegenieten van voordelen van het Groeipakket?

Het Groeipakket voorziet vanaf 1 januari 2019 extra toeslagen om gezinnen nog meer te ondersteunen. Ook gezinnen met kinderen geboren voor 1 januari 2019 hebben hier al recht op.

Kinderen geboren voor 1 januari 2019 hebben recht op volgende toeslagen uit het Groeipakket:

  • De schoolbonus: als extra duwtje in de rug voor de start van het schooljaar. Elk kind krijgt dit jaarlijks in augustus. Het bedrag is afhankelijk van de leeftijd. Meer info?
  • De sociale toeslag: als extra ondersteuning om kinderen uit gezinnen met minder inkomen alle kansen te geven om zich te ontwikkelen. Meer info?
  • De kinderopvangtoeslag: om ouders te stimuleren gebruik te maken van kinderopvang. Meer info?
  • De kleutertoeslag: om ouders te stimuleren hun kind zo vroeg en zo vaak mogelijk naar het kleuteronderwijs te laten gaan. Meer info?
  • De schooltoeslag: om kinderen uit het kleuter-, lager en secundair onderwijs die opgroeien in een gezin met een lager inkomen te ondersteunen. Meer info?
(naar boven)

5. Krijg ik automatisch waar ik recht op heb?

De Vlaamse overheid zorgt ervoor dat alle informatie automatisch wordt doorgestuurd. Je rechten worden, indien mogelijk, automatisch onderzocht en uitbetaald als je voldoet aan de voorwaarden .

(naar boven)

6. Ik woon in een ander landsdeel en ik verhuis in 2019 of later naar Vlaanderen. Hoe zal het Groeipakket er voor mij uitzien?

Verhuis je nog in 2018 vanuit Brussel, Wallonië of de Duitstalige Gemeenschap naar Vlaanderen, dan verandert er voor jouw gezin niets omdat de huidige kinderbijslagregeling nog geldt tot en met 31 december 2018.

Verhuis je in 2019 of later naar Vlaanderen met kinderen geboren voor 2019, dan zal je uitbetaler kijken op welke bedragen je kinderen op 31 december 2018 recht hadden in Vlaanderen en deze dan uitbetalen. Hadden je kinderen op 31 december 2018 recht op de bedragen van de huidige kinderbijslagregeling, dan behouden ze deze bedragen. Daarnaast kunnen zij ook aanspraak maken op de overige toeslagen uit het Groeipakket.

Verhuis je in 2019 of later naar Vlaanderen met kinderen geboren na 2019, dan ontvang je voor die kinderen de nieuwe bedragen van het Groeipakket.

(naar boven)

7. Ik woon in het buitenland en ik verhuis in 2019 of later naar Vlaanderen. Hoe zal het Groeipakket er voor mij uitzien?

Verhuis je nog in 2018 van het buitenland naar Vlaanderen, dan is voor jouw gezin de huidige kinderbijslagregeling van toepassing.

Verhuis je in 2019 of later naar Vlaanderen met kinderen geboren voor of na 2019, dan ontvang je voor je kinderen de nieuwe bedragen van het Groeipakket.

(naar boven)

8. Ik heb al een kindje of kinderen geboren voor 2019 en wil mijn gezin graag uitbreiden. Hoe ziet het Groeipakket er voor mij uit?

Met het Groeipakket heeft de Vlaamse Regering voor overgangsmaatregelen gekozen. Enerzijds is expliciet de keuze gemaakt om de verworven rechten van de huidige gezinnen te garanderen. Geen enkel gezin met kinderen geboren voor 2019 krijgt minder op het moment van de omschakeling op 1 januari 2019. Alle kinderen geboren voor 1 januari 2019 behouden dus het recht op hun basiskinderbijslag via het huidige kinderbijslagsysteem. Dit betekent: hun rangbedrag en leeftijdsbijslag (die stijgt met de leeftijd). Deze rechten blijven behouden zolang de betreffende kinderen rechtgevend zijn op het Groeipakket.

Komt er vanaf 2019 nog een kindje bij, dan ontvang je voor dit kindje de nieuwe bedragen van het Groeipakket. Vlaanderen kiest ervoor om elk kind een zelfde basisbedrag van 163,20 euro te geven.

Een aantal onderdelen van het Groeipakket zoals de kinderopvangtoeslag, de kleutertoeslag en de schooltoeslag worden vanaf 2019 ingevoerd om huidige jonge gezinnen nog meer te ondersteunen. Ook gezinnen met kinderen geboren voor 1 januari 2019 kunnen hier recht op hebben. Daarnaast voorzien we ook een uitbreiding van de sociale toeslagen, waarbij er niet meer wordt gekeken naar het socioprofessioneel statuut. Alle gezinnen met een lager inkomen kunnen hierdoor recht hebben op een sociale toeslag.

Er zijn in Vlaanderen een aantal expliciete keuzes gemaakt om meer aansluiting te vinden bij de huidige maatschappelijke realiteit. Waar de nood het hoogst is, zullen gezinnen meer krijgen.

(naar boven)

9. Mijn kind heeft een specifieke ondersteuningsbehoefte en krijgt momenteel de verhoogde kinderbijslag. Wat verandert er voor ons vanaf 2019?

Het huidige systeem voor de verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte blijft behouden en wordt op identieke wijze overgenomen in het Groeipakket. Dit betekent dat de huidige voorwaarden blijven bestaan. De procedure en de bedragen zijn dezelfde maar we beogen met de hervorming om de duur van de wachttijden te verkorten. Daarnaast is het ook zo dat indien je kind reeds gekend is bij een multidisciplinair team (bv: na aanvraag voor dagopvang), de toekenning van de toeslag automatisch zal verlopen.

(naar boven)

10. Wat verandert er vanaf 2019 aan de sociale toeslag?

Ontvang je voor je kinderen geboren voor 2019 nu een sociale toeslag, dan verandert er voor jou niets vanaf 2019 . Dan blijf je recht hebben op de bedragen gebaseerd op de toeslagbedragen van de huidige kinderbijslagregeling en dit op voorwaarde dat je aan de inkomensvoorwaarde blijft voldoen. Bij bestaande gezinnen wordt de sociale toeslag verder uitbetaald aan de bijslagtrekkende.

Vanaf 1 januari 2019 zijn beide ouders met kinderen geboren na 2019 begunstigde.

Had je in 2018 nog geen recht op een sociale toeslag? Dan kan het dat je hier vanaf 2019 wel recht op hebt omdat de sociale toeslag losgekoppeld wordt van het socioprofessioneel statuut. Dit betekent dat er vanaf 2019 enkel naar je bruto gezinsinkomen wordt gekeken. Hierdoor wordt de groep gezinnen die de sociale toeslag krijgt, uitgebreid.

Heb je recht op een sociale toeslag op basis van je gezinsinkomen, dan bepaalt je gezinsgrootte de hoogte van de bedragen van de sociale toeslag. Dit geldt enkel voor kinderen geboren vanaf 2019. De kinderen geboren voor 2019 behouden de huidige bedragen.

Is je bruto gezinsinkomen lager dan 30.984 euro en heb je één of twee kinderen geboren na 1 januari 2019, dan heb je recht op een sociale toeslag van maandelijks 51 euro per kind. Heb je meer dan twee kinderen dan heb je recht hebben op een sociale toeslag van maandelijks 81,60 euro per kind.

Krijg je als gezin met twee kinderen en een bruto jaarinkomen tussen 30.984 euro en 61.200 euro er na 1 januari 2019 een derde of een volgend kindje bij, dan heb je recht op een sociale toeslag van 61,20 euro per maand per kind.

(naar boven)

11. Wie ontvangt de sociale toeslag bij een scheiding?

Vanaf 2019 zijn beide ouders begunstigden en kunnen ze samen kiezen op welke rekening de sociale toeslag wordt overgeschreven.

Ben je momenteel al gescheiden, dan verandert er voor jou niets. Had je voor 1 januari 2019 al recht op een sociale toeslag, dan blijf je vanaf 2019 de huidige bedragen ontvangen.

Enkel voor gezinnen die na 2019 een kindje krijgen, kunnen ouders zelf kiezen om de sociale toeslag op een andere rekening te laten storten dan de gemeenschappelijk gekozen rekening.

In geval van een scheiding wordt er een onderscheid gemaakt tussen deze situaties:

Het kind woont evenveel bij de ene als bij de andere ouder

In geval van gelijkmatig verdeelde huisvesting (50/50) wordt naar het inkomen van beide ouders apart, binnen hun nieuw samengestelde gezin, gekeken. Om de gezinsgrootte te bepalen, tellen kinderen met gelijk verdeelde huisvesting volledig mee in het nieuw samengestelde gezin.

Op basis van die combinatie ‘inkomen-gezinsgrootte’ wordt bekeken wie recht heeft op de sociale toeslag: beide ouders, één van beide of geen van beide ouders.

Hebben beide ouders recht op de sociale toeslag, dan ontvangt elk van hen de helft van het bedrag. Heeft slechts één ouder recht op de sociale toeslag, dan ontvangt die ouder de helft van het bedrag van de sociale toeslag. Hiervoor kunnen ouders (elk) een apart rekeningnummer opgeven, omdat de sociale toeslag moet terechtkomen in het gezin, waarin de draagkracht laag is.

Het kind woont meer bij de ene dan bij de andere ouder

In geval van niet gelijkmatig verdeelde huisvesting wordt gekeken naar het inkomen van de ouder, binnen zijn of haar nieuw samengestelde gezin, waar zich het zwaartepunt van verblijf bevindt.

De ouder waar het rechtgevend kind voor meer dan de helft van de tijd verblijft en welke recht heeft op de sociale toeslag, ontvangt het volledige bedrag van deze toeslag. Hiervoor kan een ouder dus ook een apart rekeningnummer opgeven.

(naar boven)
Het volledige Groeipakket