Alle veelgestelde vragen

Waarom wordt de kinderbijslag vervangen door het Groeipakket?

De kinderbijslag was vroeger een federale bevoegdheid. Nu het een bevoegdheid van Vlaanderen wordt, legt de Vlaamse Regering in het kader van een geïntegreerd gezinsbeleid eigen accenten in de financiële ondersteuning van gezinnen.

Het Groeipakket houdt rekening met maatschappelijke veranderingen zoals het tweeverdienersmodel, de dalende gezinsgrootte en de diversiteit van gezinsvormen.

Het vertrekt vanuit dit idee: voortaan krijgt elk kind een eigen pakket met financiële tegemoetkomingen dat gezinnen maximaal de kans geeft elk kind te laten opgroeien en zich te ontplooien. Zo komt het Groeipakket tegemoet in de kosten van de opvoeding.

Bovendien vertrekt het Groeipakket vanuit het recht van elk kind dat in Vlaanderen gedomicilieerd is, ongeacht het sociale of professionele statuut van de ouders. Met andere woorden: of de ouder nu als ambtenaar, werknemer of zelfstandige werkt, of niet werkt, dat maakt geen verschil.

Vlaanderen kiest met het Groeipakket dus voor een rechtvaardiger systeem, maar ook een eenvoudiger systeem. Vlaanderen kiest ook expliciet voor een geïntegreerd gezinsbeleid. Zo worden de huidige schooltoelagen een onderdeel van het Groeipakket en voorziet het een toeslag voor deelname aan de kinderopvang en kleuteronderwijs.

(naar boven)

Waarom worden de leeftijdstoeslagen afgeschaft?

We kiezen ervoor maximaal in te zetten op gezinnen met jonge kinderen. Daarom kennen we van bij de geboorte een groter basisbedrag toe en zijn de leeftijdstoeslagen in dat basisbedrag verrekend. Voor elk kind is er in augustus nog de schoolbonus, een extra duwtje in de rug voor de start van het schooljaar. Elk kind krijgt die maand een extra bedrag afhankelijk van de leeftijd.

Waarom we dat doen? Jonge gezinnen moeten vaak grote investeringen doen: een woning huren of kopen, een kind grootbrengen en alles wat daar bij komt kijken,… Met het Groeipakket ondersteunen we hen vanaf het begin.

Voor gezinnen met een laag inkomen voorzien we extra ondersteuning via de sociale toeslag en de schooltoeslag.

Wij kiezen er ook voor om gezinnen te ondersteunen op specifieke momenten in hun leven, zoals bij de kinderopvang en de kleuterschool. Wie gebruik maakt van kinderopvang waar ouders niet betalen op basis van hun inkomen kan rekenen op een kinderopvangtoeslag en kleuters van 3 en 4 jaar die voldoende aanwezig zijn op school krijgen een kleutertoeslag van 132,60 euro extra per jaar.

(naar boven)

Hoe en wanneer wordt de kinderbijslag dan het Groeipakket?

Het Groeipakket gaat in vanaf 1 januari 2019. Wie vandaag één of meer kinderen heeft, krijgt daarvoor kinderbijslag. In het Groeipakket blijven ze dezelfde bedragen (rangbedrag én leeftijdstoeslag) ontvangen na 1 januari 2019. En wanneer ze voldoen aan de voorwaarden, kunnen deze kinderen al rekenen op een extra ondersteuning uit het Groeipakket.

Het uitgangspunt hierbij: het gezin krijgt op 1 januari 2019 in geen geval minder dan het kreeg vóór het Groeipakket van start ging.

Het Groeipakket: voor elk kind geboren vanaf 1 januari 2019.

In één gezin kunnen er dus kinderen zijn die de bedragen van de huidige kinderbijslag krijgen en kinderen die het basisbedrag van het Groeipakket krijgen.

(naar boven)

Wat gebeurt er met de sociale toeslagen wanneer de kinderbijslag overgaat in het Groeipakket?

 

Vandaag hangen de sociale toeslagen af van het feit of de ouder werkloos is, arbeidsongeschikt is of van andere welbepaalde socio-professionele omstandigheden.

Vanaf 1 januari 2019 is er nog één sociale toeslag die afhangt van inkomen en gezinsgrootte.

Bovendien geldt die nieuwigheid onmiddellijk voor iedereen: zowel voor kinderen geboren vóór de start van het Groeipakket (oude systeem) als voor kinderen geboren vanaf de start (nieuw systeem).

Het enige verschil: een kind geboren vóór 1 januari 2019 krijgt de huidige bedragen, een kind geboren vanaf 1 januari 2019 krijgt de nieuwe bedragen.

 

JAARINKOMEN ≤ €30.984 €30.984 tot €61.200
1 of 2 kinderen €51 per kind, per maand geen toeslag
Meer dan 2 kinderen €81,60 per kind, per maand €61,20 per kind, per maand

En wat als een gezin uitbreidt tot meer dan 2 kinderen?

Stel: een gezin met een inkomen van 35.000 euro heeft 2 kinderen. Het gezin krijgt er na 1 januari 2019 nog een kindje bij. Hierdoor verkrijgt het gezin het recht op een sociale toeslag. In dat geval krijgen de kinderen van vóór 1 januari 2019 de huidige bedragen voor de sociale toeslagen en het kindje uit 2019 de bedragen voor de sociale toeslagen zoals voorzien in het Groeipakket.

(naar boven)

Wanneer gaan de participatietoeslagen in?

De participatietoeslagen gelden voor alle kinderen, dus ook voor de kinderen geboren vóór 1 januari 2019.

De kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag starten op 1 januari 2019.

De selectieve participatietoeslag (schooltoeslag) wordt toegepast vanaf 1 september 2019 voor het schooljaar 2019-2020.

En ook de schoolbonus (universele participatietoeslag), het extra duwtje in de rug voor elk kind in augustus voor de start van het schooljaar, zal vanaf 2019 voor alle kinderen van toepassing zijn.

(naar boven)

Een kind dat in Vlaanderen woont, maar in Wallonië of Brussel naar school gaat, krijgt dat ook participatietoeslagen?

Alleen de kinderen die naar school gaan in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende onderwijsinstelling in Vlaanderen of Brussel, hebben recht op de schooltoeslag (selectieve participatietoeslag) en de kleutertoeslag.

De kinderopvangtoeslag is enkel van toepassing op kinderen die opgevangen worden in een door Vlaanderen vergunde kinderopvang met vaste prijs in Vlaanderen of in Brussel.

(Naar boven)

Kan het dat kinderen in het buitenland kinderbijslag krijgen uit ons land?

Dat is perfect mogelijk. Binnen Europa spelen Europese Verordeningen die bepalen dat de lidstaten gezinsbijslagen moeten uitbetalen aan personen die binnen hun grondgebied werken en dus bijdragen aan de sociale zekerheid. Buiten Europa zijn er met bepaalde landen bilaterale overeenkomsten afgesloten.

(naar boven)

Hebben kinderen van vluchtelingen of vreemdelingen ook recht op kinderbijslag?

Het uitgangspunt is: we kennen kinderbijslag toe aan (gezinnen van) kinderen die in Vlaanderen wonen. De voorwaarde is dus het hebben van een woonplaats in Vlaanderen. Voor kinderen van vluchtelingen of vreemdelingen betekent dat: ze hebben een legaal verblijf in Vlaanderen, waarbij het criterium is de toelating of machtiging op het grondgebied te verblijven of er zich te vestigen.

(naar boven)

 

Hoe zal de uitwisseling van gegevens gebeuren met Wallonië en Brussel? Is daar al een akkoord over?

De Bijzondere wet bepaalt dat de gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een samenwerkingsakkoord moeten afsluiten over de uitwisseling van gegevens of de centralisering ervan. Tot 1 januari 2020 is de federale overheid eveneens partij in dit samenwerkingsakkoord.

Tot dat samenwerkingsakkoord er is, blijft FAMIFED, de openbare instelling die vandaag verantwoordelijk is voor het administratief beheer van de uitwisseling en de centralisering van de gegevens, die rol spelen.

(naar boven)

Zal de kinderbijslag ononderbroken verder uitbetaald worden?

Wie vandaag een of meer kinderen heeft, krijgt daarvoor kinderbijslag. In het Groeipakket blijven ze dezelfde bedragen ontvangen na 1 januari 2019. En wanneer ze voldoen aan de voorwaarden, kunnen deze kinderen al rekenen op een extra ondersteuning uit het Groeipakket.

Infino, Kidslife Vlaanderen, MyFamily, Parentia en FONS waarborgen vanaf 1 januari 2019 dat gezinnen hun Groeipakket tijdig en correct (blijven) ontvangen. Ouders die na 1 januari 2019 een eerste kind krijgen zullen meteen zelf kunnen kiezen wie hun Groeipakket uitbetaalt. Ouders die nu al kinderbijslag ontvangen, blijven die ontvangen via de uitbetaler die hun dossier overneemt.  Dat verloopt volledig automatisch. Vanaf 1 januari 2020 kunnen zij eventueel ook een nieuwe uitbetaler kiezen.

(naar boven)

Wat verandert er nu de toekenning van het Groeipakket wordt losgekoppeld van het socio-professioneel statuut?

Het Groeipakket wordt gezien wordt als een recht van het kind dat in Vlaanderen gedomicilieerd is, ongeacht het socio-professionele statuut van de ouders.

Het socio-professioneel statuut van (één van) de ouders bepaalt dus niet langer het recht op kinderbijslag, noch het recht op sociale toeslag. Met andere woorden: het maakt niet uit of de ouder(s) ambtenaar, werknemer, zelfstandige of werkzoekende zijn, het kind heeft recht op het Groeipakket en elk gezin dat onder de inkomensgrens valt heeft het recht op een sociale toeslag.

Dit betekent ook dat de uitbetaler niet meer via de werkgever zal bepaald worden. Ouders zullen dus zelf kunnen kiezen bij welke uitbetaler ze zich zullen aansluiten.

(naar boven)

Ik woon met mijn gezin in Vlaanderen, maar werk in Brussel. Zal Vlaanderen of Brussel mijn kinderbijslag uitbetalen?

Vlaanderen zal de kinderbijslag betalen van gezinnen met kinderen die in Vlaanderen gedomicilieerd zijn, ongeacht of de ouder(s) werken in Vlaanderen, Brussel of Wallonië.

Als een gezin verhuist van of naar Vlaanderen, Brussel of Wallonië zullen voorrangsregels moeten bepalen hoe lang een deelentiteit kinderbijslag blijft uitbetalen en vanaf wanneer de ontvangende deelentiteit de uitbetaling van de kinderbijslag op zich neemt, zodat geen enkel kind ofwel geen ofwel dubbele kinderbijslag ontvangt.

(naar boven)

Welke uitbetalers zijn er?

Er zijn enerzijds private uitbetalers: Infino, Kidslife Vlaanderen, MyFamily en Parentia. Deze 4 uitbetalers zullen samen met de publieke uitbetaler FONS vanaf 2019 de uitbetaling van het Groeipakket aan gezinnen in Vlaanderen verzorgen.

De dossiers van de huidige uitbetalers zullen automatisch overgedragen worden naar de overblijvende uitbetalers. Elk gezin dat kinderbijslag ontvangt, wordt daarover tijdig geïnformeerd.

(naar boven)

Ga ik mijn recht op wezentoeslag verliezen?

Gezinnen die vandaag een wezentoeslag ontvangen voor 1 of meerdere kinderen, behouden dit bedrag totdat er een nieuw gezin wordt gevormd, ook na 2019.

In het huidige kinderbijslagsysteem vervalt immers het recht op wezentoeslag zodra de overlevende ouder een nieuw gezin vormt.

In het Groeipakket zal het recht op een halfwezentoeslag blijven bestaan, ook al vormt de overlevende ouder een nieuw gezin. Dit om twee redenen. Ten eerste om samenwonen niet te gaan ontmoedigen: de zogenaamde ‘alleenstaandenval’. Ten tweede omdat het inkomen van de overleden partner niet meer bestaat, terwijl dit bij gescheiden ouders wel het geval is.

Een ouder die nu geen recht heeft op wezentoeslag omdat hij of zij een nieuw gezin heeft gevormd, zal na 1 januari 2019 niet plots recht krijgen op de halfwezentoeslag. Deze ouder kan wel recht krijgen op wezentoeslag als hij opnieuw geen gezin meer vormt. Een ouder die nu wel recht heeft op de wezentoeslag, maar een nieuw gezin vormt, verliest dit recht op wezentoeslag ook nog na 1 januari 2019. De huidige regelgeving wordt op dat vlak gewoon voortgezet.

(naar boven)

Ga ik mijn recht op tegemoetkoming voor kinderen met een aandoening of handicap verliezen?

Nee, het huidige systeem voor de verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap of aandoening blijft in eerste instantie behouden. Dit betekent dus dat huidige voorwaarden voor tegemoetkoming overeind blijven.

(naar boven)

Kan ik lid worden van een kinderbijslagkas vóór ik zwanger ben?

Neen, een uitbetaler zal enkel personen met kinderen kunnen aansluiten of personen die minstens 5 maand zwanger zijn. In een ander geval zal uw aanvraag tot aansluiting niet ontvankelijk zijn.

(naar boven)

Moet ik als burger iets regelen om mijn kinderbijslag te blijven ontvangen?

Ontvangt u al kinderbijslag in het huidige systeem? Dan hoeft u niets te doen. U blijft uw kinderbijslag ontvangen.

Krijgt u een kind na 1 januari 2019? Dan zal u een eerste aanvraag moeten indienen. Vervolgens verloopt voor het kind en eventuele volgende kinderen alles automatisch.

We bekijken of we ook de eerste stap van de aanvraag automatisch kunnen laten verlopen, eventueel via het Rijksregister. Soms zijn die gegevens echter later beschikbaar dan wanneer u zelf een aanvraag doet. Daarom raden we u aan om bij voorkeur zelf uw aanvraag in te dienen.

(naar boven)

Wat moet ik met de kinderbijslag doen bij scheiding?

U zal moeten bepalen hoe u de kinderbijslag verder wenst te ontvangen en zal uw uitbetaler daarvan op de hoogte moeten brengen. Op het moment dat de Familierechter een vonnis velt, zal u uw uitbetaler op de hoogte moeten stellen.

(naar boven)

Wie ontvangt de sociale toeslag bij scheiding?

De sociale toeslag is er voor gezinnen die met hun inkomen de opvoedingskost moeilijker kunnen dragen. Hij is dus bedoeld om de draagkracht van minder kapitaalkrachtige gezinnen te vergroten en is afhankelijk van inkomen en gezinsgrootte.

Het kind woont evenveel bij de ene als bij de andere ouder.

In geval van gelijkmatig verdeelde huisvesting (50/50), wordt naar het inkomen van beide ouders apart, binnen hun nieuw samengestelde gezin, gekeken. Om de gezinsgrootte te bepalen, tellen kinderen met gelijk verdeelde huisvesting volledig mee in het nieuw samengestelde gezin.

Op basis van die combinatie ‘inkomen-gezinsgrootte’ wordt bekeken wie recht heeft op de sociale toeslag: beide ouders, één van beiden of geen van beiden.

Hebben beide ouders recht op de sociale toeslag, dan ontvangt elk van hen de helft van het bedrag. Heeft slechts één ouder recht op de sociale toeslag, dan ontvangt die ouder de helft van het bedrag van de sociale toeslag.

Het kind woont meer bij de ene dan bij de andere ouder.

In geval van niet gelijkmatig verdeelde huisvesting, wordt gekeken naar het inkomen van de ouder, binnen zijn of haar nieuw samengestelde gezin, waar het zwaartepunt van verblijf is.

De ouder waar het rechtgevend kind voor meer dan de helft van de tijd verblijft en welke recht heeft op de sociale toeslag, ontvangt het volledige bedrag van deze toeslag.

(naar boven)
Het volledige Groeipakket