Extra ondersteuning

Het startbedrag, basisbedrag en de schoolbonus zijn er voor elk kind. Maar sommige kinderen hebben ook extra ondersteuning nodig om te groeien. Voor hen zijn er de zorgtoeslagen en de sociale toeslag.

 

Sociale toeslag

De sociale toeslag is er voor gezinnen die met hun inkomen de opvoedingskost moeilijker kunnen dragen. De toeslag is bedoeld om de draagkracht van minder kapitaalkrachtige gezinnen te vergroten en is afhankelijk van inkomen en gezinsgrootte. Het bedrag wordt automatisch toegekend zodra je er recht op hebt.

JAARINKOMEN ≤ € 30.984 € 30.984 tot € 61.200
1 of 2 kinderen € 51 per kind, per maand geen toeslag
Meer dan 2 kinderen € 81,60 per kind, per maand € 61,20 per kind, per maand

Wie heeft recht op een sociale toeslag?

De eerste inkomensgrens (≤ € 30.984) geldt voor alle gezinnen.

De tweede inkomensgrens geldt voor gezinnen met drie of meer kinderen waarvan minstens een kind geboren is vanaf 2019.

Welke bedragen?

Kinderen geboren vanaf 2019 krijgen de nieuwe bedragen (zie tabel).

Kinderen geboren vóór 2019 behouden de bedragen van de sociale toeslag uit de oude kinderbijslagreglementering, aangepast aan hun basisbedrag.

Wat bij een scheiding (nieuwe situatie vanaf 2019)?

  • Het kind woont evenveel bij elke ouder

Bij gelijkmatig verdeelde huisvesting (50/50) wordt gekeken naar het inkomen van beide ouders apart, binnen hun nieuw samengesteld gezin. Is er recht op een sociale toeslag, dan wordt het bedrag bepaald op basis van de gezinsgrootte. Kinderen met gelijk verdeelde huisvesting tellen volledig mee in het nieuw samengesteld gezin. Beide ouders, één van beiden of geen van beiden kan recht hebben op een sociale toeslag. Hebben beide ouders er recht op, dan ontvangt elk van hen de helft van het bedrag. Heeft slechts één ouder recht op de sociale toeslag, dan ontvangt die ouder de helft van het bedrag van de toeslag. Het bedrag wordt dan uitbetaald op het rekeningnummer dat die ouder opgeeft, los van het rekeningnummer waarop het basisbedrag en eventuele andere toeslagen gestort worden.

  • Het kind woont meer bij de ene dan bij de andere ouder

Bij niet gelijkmatig verdeelde huisvesting wordt gekeken naar het inkomen van de ouder waar het kind het meeste verblijft, binnen zijn of haar nieuw samengesteld gezin. Heeft deze ouder recht op de sociale toeslag, dan ontvangt hij/zij het volledige bedrag van de toeslag.

Verblijft een kind in een pleeggezin, dan wordt het voor de berekening van de sociale toeslag en de gezinsgrootte volledig meegeteld in het pleeggezin.

Bij plaatsing in een instelling wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte volledig meegeteld in het gezin waar het verbleef voor de plaatsing, tenzij anders beslist door de rechtbank.

Inkomen

Het inkomen wordt automatisch vastgesteld op basis van het laatste aanslagbiljet, voor de duur van één jaar (het toekenningsjaar). Het recht op een sociale toeslag geldt voor dit volledige toekenningsjaar, tenzij de gezinssituatie wijzigt (nieuw kind, andere gezinssamenstelling ...). Het toekenningsjaar loopt van 1 oktober tot 30 september van het daaropvolgende kalenderjaar.

Gezinsinkomen bestaat uit:

  1. het belastbaar inkomen, voor aftrek van:
    • beroepsinkomsten:
      • in loonverband: vóór de aftrek van beroepskosten
      • als zelfstandige: na de aftrek van beroepskosten, vermenigvuldigd met een factor 100/80;
    • uitkeringen van de ziekteverzekering;
    • werkloosheidsuitkeringen;
    • pensioenen;
  2. 80% van de ontvangen onderhoudsgelden;
  3. inkomsten uit onroerende goederen (KI (kadastraal inkomen)*vreemd gebruik en voor eigen beroepsdoeleinden);
  4. de inkomensvervangende tegemoetkoming, toegekend aan personen met een handicap;
  5. het leefloon (of equivalent);
  6. de inkomsten toegekend aan de personeelsleden van een Europese of andere internationale instelling, voor hun totaalbedrag, verminderd met de persoonlijke bijdragen voor de door de instelling georganiseerde verzekering voor de dekking van sociale zekerheidsrisico's.

*Opgelet: er wordt pas rekening gehouden met het KI vanaf oktober 2019 ; het inkomen zal dan zowel voor de sociale toeslag als voor de schooltoeslag op dezelfde wijze berekend worden.

Alarmbelprocedure

Het aanslagbiljet geeft niet altijd een juiste weerspiegeling van je actuele inkomenssituatie (meestal inkomens van twee jaar geleden). Door omstandigheden kan je plots een zwaar loonverlies lijden of kan je gezinssituatie drastisch wijzigen (vb. alleenstaande worden), waardoor je nu wel recht zou hebben op een sociale toeslag.

De toeslag kan dan ook op deze wijze toegekend worden:

  • Elektronisch: als een ouder een leefloon, een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT), of een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) ontvangt, dan zal de uitbetaler voor die maanden automatisch de sociale toeslag toekennen.
  • Manueel: hiervoor toon je zelf aan je uitbetaler dat je inkomen gedurende minstens zes opeenvolgende maanden onder de vermelde inkomensgrenzen ligt. De sociale toeslag wordt dan betaald voor de aangetoonde periode en dit tot aan de start van het eerstvolgende toekenningsjaar.

Een toekenningsjaar loopt van 1 oktober tot en met 30 september van het volgende kalenderjaar.

Zorgtoeslag

De zorgtoeslag heeft als doel om wezen, halfwezen, pleegkinderen en kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften extra te ondersteunen.

Een kind heeft één of beide ouders verloren

Een kind dat beide ouders heeft verloren krijgt 163,20 euro (namelijk 100% van het maandelijkse basisbedrag extra). Een kind dat één van beide ouders heeft verloren krijgt 81,60 euro (namelijk 50% van het maandelijkse basisbedrag extra).

Beide toeslagen worden betaald zolang het kind recht heeft op de gezinsbijslag, dus ook voor de kinderen van wie de overlevende ouder eventueel een nieuw gezin vormt.

Voor de wezentoeslag wordt gekeken naar het tijdstip van overlijden. Kinderen die hun ouder(s) verloren voor 2019, behouden hun wezentoeslag volgens de huidige regelgeving (verhoogde wezenbijslag) zolang de overlevende ouder niet gaat samenwonen of hertrouwt.

Een voorbeeld: Patrick, de man van Marijke is overleden op 5 mei 2017. Hun zoon Senne heeft recht op de verhoogde wezenbijslag. Op 10 maart 2019 gaat Marijke samenwonen met haar nieuwe partner Michaël. Senne heeft vanaf april 2019 recht op de gewone wezenbijslag. Op 6 juli 2019 gaat Marijke terug alleenwonen. Senne heeft opnieuw recht op de verhoogde wezenbijslag.

Kinderen die hun ouder(s) verliezen na 1 januari 2019, vallen onder het nieuwe systeem.

Een voorbeeld: Luca wordt geboren op 6 april 2019. Haar moeder Oana overlijdt op 9 september 2019. Luca woont bij haar papa Ivan en zij heeft vanaf september 2019 recht op een wezentoeslag van 81,60 euro per maand. Ivan gaat op 29 juli 2020 samenwonen met zijn vriendin Jitske. Luca behoudt de wezentoeslag van 81,60 euro.

Pleegkinderen

Wanneer een kind vanaf 2019 geplaatst wordt in een pleeggezin, wordt een pleegzorgtoeslag van 63,03 euro toegekend. Dit bedrag wordt volledig aan de pleegouder uitbetaald als het gaat om perspectiefbiedende pleegzorg (= pleegzorg met een continu en langdurig karakter). Bij perspectiefzoekende pleegzorg (= pleegzorg met een kortdurend karakter) gaat de toeslag naar de begunstigde voor de plaatsing.

De bijslagtrekkende voor de plaatsing blijft de premie voor pleegzorg behouden als die toegestaan is voor 1 januari 2019, zolang er zich geen wijziging in de plaatsing voordoet.

Een kind met een handicap of aandoening

Een kind met een handicap of aandoening kan bovenop het basisbedrag, een toeslag krijgen voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte (in het huidige systeem: ‘verhoogde kinderbijslag’). Het bedrag van de toeslag is afhankelijk van de mate waarin de specifieke ondersteuningsbehoefte gevolgen heeft voor het kind zelf en voor zijn familie.

Vanaf 1 januari 2019 beheert Kind en Gezin de aanvraagdossiers. Een door Kind en Gezin erkende arts beoordeelt de gevolgen van de specifieke ondersteuningsbehoefte. De arts gebruikt daarvoor het driepijlersysteem. Dit systeem wordt nu ook gebruikt door de artsen van het Directoraat Generaal voor personen met een handicap.

Het resultaat van de beoordeling is een score van maximaal 36 punten. Hoe hoger de score, hoe hoger het bedrag van de toeslag.

Ernst van de aandoening Bedrag per maand
minstens 4 punten in de 1ste pijler en minder dan 6 punten over de drie pijlers € 82,37
6 - 8 punten over de drie pijlers en minder dan 4 punten in de 1ste pijler € 109,70
6 - 8 punten over de drie pijlers en ten minste 4 punten in de 1ste pijler € 422,56
9 - 11 punten over de drie pijlers en minder dan 4 punten in de 1ste pijler € 255,99
9 - 11 punten in de drie pijlers en ten minste 4 punten in de 1ste pijler € 422,56
12 - 14 punten over de drie pijlers € 422,56
15 - 17 punten over de drie pijlers € 480,48
18 - 20 punten over de drie pijlers € 514,80
+ 20 punten over de drie pijlers € 549,12

Voor de gezinnen verandert er niets. Gezinnen die vandaag verhoogde kinderbijslag, een basisondersteuningsbudget en/of een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden ontvangen, behouden deze tegemoetkomingen ook na 1 januari 2019.

Krijg je op 1 januari 2019 nog geen zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte en denk je dat je kind daarvoor in aanmerking komt, contacteer dan je uitbetaler. Je uitbetaler zal je vraag doorgeven aan Kind en Gezin en zij brengen je daarna in contact met een arts die de specifieke ondersteuningsbehoefte van je kind beoordeelt. Vervolgens bezorgt Kind en Gezin het resultaat van de beoordeling aan de uitbetaler.

De uitbetaler bepaalt op basis daarvan het bedrag van de toeslag.

Wie vanaf 1 januari 2019 een hulpvraag stelt via de intersectorale toegangspoort voor minderjarigen, krijgt de zorgtoeslag automatisch toegekend voor zover hij/ zij aan de voorwaarden voldoet. De arts, verbonden aan het multidisciplinair team waar je je vraag hebt gesteld, zal immers ook de beoordeling doen voor de zorgtoeslag. Op deze manier wil de Vlaamse overheid voorkomen dat je kind zich bij twee verschillende artsen moet melden.