Op maat van je kind

  1. Kind in een Nederlandstalige kinderopvang of school in Brussel of Vlaanderen en woonachtig in een andere deelentiteit
  2. Student/schoolverlater
  3. Weeskind
  4. Kind met zorgnoden
  5. Kind in het buitenland
  6. Geplaatst kind
  7. Andere situaties: ontvoerd of vermist

1. Kind in een Nederlandstalige kinderopvang of school in Brussel of Vlaanderen en woonachtig in een andere deelentiteit

Wanneer je naar een Nederlandstalige opvang of school gaat, kan je ook aanspraak maken op de Vlaamse participatietoeslagen, ongeacht of je woonplaats nu in Vlaanderen, Brussel, Wallonië of de Duitstalige Gemeenschap is. Je kan deze toeslag aanvullend krijgen op je kinderbijslag uit een andere deelentiteit.

Om recht te hebben op deze toeslagen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Net zoals voor kinderen die in Vlaanderen wonen is er ook voor de kinderen uiteen andere deelentiteit automatische rechtentoekenning. Als je de toeslag zelf aanvraagt, dan zal de toekenning sneller in gang gezet worden.

Er zijn drie participatietoeslagen:

1. Kinderopvangtoeslag

Wie gebruik maakt van Nederlandstalige kinderopvang in Vlaanderen of Brussel waar je niet betaalt op basis van hun inkomen, kan rekenen op een kinderopvangtoeslag van 3,23 euro per kind, per opvangdag. Een halve dag opvang geeft recht op de helft van het bedrag. Om recht te hebben op de kinderopvangtoeslag mag je kind nog niet naar de kleuterschool gaan, zelfs niet als het dan nog halve dagen naar de opvang gaat.

Het aantal opvangdagen (vanaf 2019) wordt door de opvang doorgegeven aan Kind & Gezin die dit aan je uitbetaler bezorgt. Wanneer je niet in Vlaanderen woont en je geen Vlaamse uitbetaler hebt, zal je hierover gecontacteerd worden. Voldoe je aan de voorwaarden en wil je graag zelf al initiatief nemen, dan kan je een aanvraag indienen bij een uitbetaler naar keuze vanaf 2019. Wanneer je de toeslag zelf aanvraagt, zal de toekenning sneller in gang gezet worden.

De toeslag wordt maandelijks uitbetaald op de 20e van de maand volgend op de maand waarop de toeslag betrekking heeft, tenzij deze dag in het weekend of op een feestdag valt.

2. Kleutertoeslag

Kleuters van 3 die ingeschreven zijn in het Nederlandstalig onderwijs en kinderen van 4 jaar die ingeschreven blijven en voldoende aanwezig zijn op school krijgen 132,60 euro extra per jaar. Deze toeslag wordt jaarlijks uitbetaald na zijn of haar derde verjaardag en/of na zijn of haar vierde verjaardag wanneer aan de voorwaarden werd voldaan.

De kleutertoeslag wordt automatisch toegekend wanneer men er recht op heeft, je hoeft deze dus niet aan te vragen om het te ontvangen. Voor de kinderen die niet in Vlaanderen maar wel in België wonen, kan je wel nog een aanvraag indienen. Als je de toeslag zelf aanvraagt, zal de toekenning sneller in gang gezet worden. Deze aanvraag kan je indienen bij een uitbetaler naar keuze vanaf 2019.

3. Schooltoeslag (vanaf schooljaar 2019-2020)

Kinderen vanaf 3 jaar die Nederlandstalig onderwijs volgen in Vlaanderen of Brussel kunnen rekenen op een jaarlijkse schooltoeslag wanneer het inkomen van de ouders (of de ouder en zijn of haar eventuele partner waar het kind is gedomicilieerd in geval van scheiding) voldoet aan de inkomensvoorwaarde.

De schooltoeslag vervangt de schooltoelage vanaf het schooljaar 2019-2020. Vanaf september 2019 zal je de schooltoeslag daarom ontvangen via een uitbetaler Groeipakket.

De schooltoeslag wordt automatisch toegekend wanneer je er recht op hebt, je hoeft deze dus niet aan te vragen om de toeslag te ontvangen. Met het Groeipakket gaan we zoveel als mogelijk voor een automatische rechtentoekenning. Wanneer je in een andere gemeenschap woont en je geen Vlaamse uitbetaler hebt, zal je hierover gecontacteerd worden om je gegevens op te vragen. Alleen verloopt zo’n onderzoek vaak trager dan een aanvraag. Voor de kinderen die niet in Vlaanderen maar wel in België wonen en onderwijs volgen in een erkende, gefinancierde of gesubsidieerde Vlaamse onderwijsinstelling kan je nog een aanvraag indienen vanaf 1 augustus voor het betrokken schooljaar van start gaat om de schooltoeslag te ontvangen. Dus wil je graag zelf al initiatief hiervoor ondernemen, dan kun je ervoor kiezen om een aanvraag hiervoor in te dienen bij een uitbetaler Groeipakket naar keuze.

Net zoals bij de vroegere schooltoelage blijven de pedagogische voorwaarden behouden. Een kind verliest dus het recht op een schooltoeslag als het twee opeenvolgende schooljaren minstens 30 halve dagen problematisch afwezig is, of wanneer het niet ingeschreven blijft tot het einde van het schooljaar zonder dat het diploma secundair onderwijs is behaald.

 

LEEFTIJD BEDRAG
3 - 5 jaar Gemiddeld € 103,70/jaar
6 - 12 jaar Gemiddeld € 194/jaar
12 - 18 jaar Gemiddeld € 630/jaar
18+ € 50/jaar (bovenop studietoelage)

De studietoelage voor het Hoger Onderwijs verandert niet en zal nog steeds toegekend worden door de afdeling Studietoelagen van het Ministerie van Onderwijs.

(naar boven)

2. Student of schoolverlater

Kinderen hebben onvoorwaardelijk recht op het Groeipakket tot en met de maand waarin ze 18 worden. Wanneer je kind 18 wordt, tot en met de maand waarin hij/zij 25 jaar wordt, bestaat er nog een Groeipakket voor kinderen/jongeren die:

  • secundair onderwijs volgen
  • hoger onderwijs volgen
  • gebonden zijn aan een leerovereenkomst
  • een stage doorlopen om benoemd te kunnen worden in een openbaar ambt
  • schoolverlater zijn

1. Wanneer heeft je kind recht op een Groeipakket in het secundair onderwijs?

Een student in het secundair onderwijs heeft recht op een Groeipakket op voorwaarde dat hij:

  • minstens 17 lesuren per week volgt in één of meerdere scholen of in één of meerdere vormingscentra waar het een leertijd doorloopt of een ondernemerstraject volgt
  • deeltijds (buiten-)gewoon onderwijs of een erkende opleiding volgt
  • buitengewoon onderwijs volgt
  • buiten België een onderwijsprogramma volgt dat erkend is door de buitenlandse overheid of hiermee overeenstemt.

Wat als je kind afwezig is door ziekte?

Als je kind ziek is tijdens het schooljaar zal het recht hebben op het Groeipakket tot maximaal het einde van de zomervakantie van het volgende schooljaar. Op voorwaarde dat je een bewijs van ziekte voorlegt. Is je kind meer dan zes maanden afwezig, dan moet deze afwezigheid worden gewettigd door een medisch onderzoek door een dokter van de Vlaamse Overheid. Het resultaat van dit medisch onderzoek bepaalt of je kind nog recht heeft op het Groeipakket of niet.

Is het wegens ziekte niet mogelijk om je kind in te schrijven bij het begin van een nieuw schooljaar maar was je kind tijdens het vorige schooljaar niet ziek? Neem dan contact op met je uitbetaler. In dit geval is het mogelijk dat je kind toch nog recht heeft op het Groeipakket.

Is je kind door ziekte minder dan 17 lesuren per week ingeschreven, dan zal het nog recht hebben op een Groeipakket als een dokter een attest schrijft dat het door een ziekte niet in staat is om meer lesuren te volgen. Is je kind na een ziekteperiode in de loop van een schooljaar voor minder dan 17 uren ingeschreven, dan zal het voor het lopende schooljaar recht hebben op een Groeipakket. Dit op voorwaarde dat een dokter een attest schrijft dat je kind zich door laattijdige inschrijving niet kan inschrijven voor 17 lesuren per week.

Wat als je kind werkt tijdens zijn studies?

Vanaf januari 2019 wordt er geen rekening meer gehouden met hoeveel een kind verdient. De inkomensnorm valt dus weg. Krijgt je kind vergoedingen ten gevolge van vrijwilligerswerk, vrijwillige militaire inzet of vrijwillige dienst van collectief nut of een leefloon, dan zal dit geen invloed hebben op zijn recht op een Groeipakket.

Het aantal uren dat een student secundair onderwijs mag werken, is wel nog van belang. Je kind mag maximaal 475 uren per jaar werken via een studentenovereenkomst en zo genieten van een verminderde sociale bijdrage. Studentenjobs hebben dus geen invloed op het recht op Groeipakket.

Als een student secundair onderwijs via een gewoon contract (geen studentenjob) werkt en de normale sociale bijdragen betaalt, dan mag hij tot 80 uren per maand werken. Als het kind meer dan 80u werkt in een maand, dan valt het recht op Groeipakket weg voor die maand.

Ieder kwartaal gaan wij na hoeveel uren je kind gewerkt heeft. Heeft je kind in een kwartaal meer dan 240 uren heeft gewerkt, dan zal er minstens één maand zijn, waarin het meer dan 80 uren heeft gewerkt. Voor die maand dat je kind dan meer dan 80 uren heeft gewerkt, zal het dan geen Groeipakket krijgen. Je kan wel aantonen dat je kind voor een bepaalde maand toch minder dan 80 uren heeft gewerkt. Neem hiervoor contact op met je uitbetaler.

Je kind zal geen Groeipakket meer krijgen als het zelfstandige is en bijdragen betaalt als zelfstandige in hoofdberoep. In bepaalde gevallen zal je kind ook geen Groeipakket krijgen als het een sociale uitkering ontvangt.

Heeft je kind tijdens vakanties recht op een Groeipakket?

Een student secundair onderwijs blijft zijn recht op Groeipakket behouden tijdens de vakantieperiodes. Vakantieperiodes zijn: de kerst-, paas- en zomervakantie. Een zomervakantie tussen twee schooljaren mag maximaal vier maanden bedragen.

Hervat je kind de lessen niet of schrijft het zich niet opnieuw in, dan is er recht op Groeipakket tot en met het einde van de zomervakantie: tot en met 31 augustus.

2. Wanneer heeft je kind recht op een Groeipakket in het hoger onderwijs?

Een student in het hoger onderwijs heeft recht op een Groeipakket op voorwaarde dat hij:

  • voor minstens 27 studiepunten is ingeschreven in één (of meerdere) Belgische erkende instelling(en) voor hoger onderwijs;
  • is ingeschreven in een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs waarvan het programma erkend is door de buitenlandse overheid of overeenstemt met een erkend programma;
  • een door de Staat erkende vorming van bedienaars voor erediensten volgt;
  • de wetenschappelijke leergang volgt als voorbereiding op de Koninklijke Militaire school of ingenieursstudiën

Je kind heeft voor het volledige academiejaar recht op het Groeipakket als het ingeschreven is en blijft voor een totaal van minstens 27 studiepunten per academiejaar. Ook moet de inschrijving ten laatste op 30 november gebeuren. Zijn er meerdere inschrijvingen, dan moet de eerste inschrijving ten laatste op 30 november in orde zijn. Je kind heeft dus recht op het Groeipakket vanaf de datum van de eerste of enige inschrijving als het totaal van minstens 27 studiepunten het gevolg is van één of meerdere inschrijvingen na 30 november.

Heeft je kind in de loop van het academiejaar geen 27 studiepunten meer of stopt je kind in de loop van het academiejaar met zijn opleiding, dan heeft het geen recht meer op het Groeipakket.

Let op!

Studiepunten om een doctoraatsverhandeling te schrijven, tellen hier niet mee. Per opleidingscyclus is er gedurende één jaar recht op Groeipakket als het kind tijdens een diplomajaar voor minder dan 27 studiepunten is ingeschreven.

Als je kind een opleiding van het secundair onderwijs combineert met een opleiding van het hoger onderwijs, dan worden zijn/haar studiepunten omgezet in lesuren. Een studiepunt bedraagt 30 minuten. Je kind heeft nog recht op een Groeipakket als het minstens 17 lesuren per week volgt.

Volgt je kind lessen in het hoger onderwijs die niet worden uitgedrukt in studiepunten? In dit geval moet de opleiding overeenstemmen met een volledig studieprogramma en leerplan, of minstens 13 lesuren per week omvatten met toelating van de academische overheid of de schooloverheid. Volgt je kind bijvoorbeeld privéonderwijs, dan moet deze opleiding erkend zijn door Vlaanderen en minstens 13 lesuren omvatten.

Is je kind ingeschreven voor een bijkomend jaar voor GIP (geïntegreerde proef) in onderwijs voor sociale promotie die geen 13 lesuren omvat, dan heeft dat kind gedurende één jaar recht op het Groeipakket.

Wat als je kind afwezig is door ziekte?

Als een student hoger onderwijs ziek is tijdens het academiejaar, dan zal hij recht hebben op het Groeipakket tot maximaal het einde van de zomervakantie (van het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin die student ziek werd) op voorwaarde dat hij een bewijs van ziekte voorlegt. Is je kind meer dan zes maanden ziek, dan moet deze afwezigheid gewettigd worden door een medisch onderzoek door een dokter van de Vlaamse Overheid. Het resultaat van dit medisch onderzoek bepaalt of je kind nog recht heeft op het Groeipakket of niet.

Is het wegens ziekte niet mogelijk om je kind in te schrijven bij het begin van een nieuw academiejaar maar was je kind tijdens het vorige academiejaar niet ziek? Neem dan contact op met je uitbetaler want in dit geval is het mogelijk dat je kind toch nog recht heeft op het Groeipakket.

Is je kind wegens ziekte voor minder dan 27 studiepunten ingeschreven, dan heeft het nog recht op een Groeipakket als een dokter een attest schrijft dat het door ziekte niet in staat is om meer studiepunten te volgen. Is je kind na een ziekteperiode in de loop van een academiejaar voor minder dan 27 studiepunten ingeschreven, dan zal het voor het lopende schooljaar recht hebben op een Groeipakket. Op voorwaarde dat een dokter een attest opstelt dat je kind zich door laattijdige inschrijving niet kan inschrijven voor 27 studiepunten.

Wat als je kind werkt tijdens zijn hogere studies?

Vanaf januari 2019 wordt er geen rekening meer worden gehouden met hoeveel een student verdient. De inkomensnorm valt dus weg.

Krijgt je kind vergoedingen ten gevolge van vrijwilligerswerk, vrijwillige militaire inzet of vrijwillige dienst van collectief nu of een leefloon, dan zal dit geen invloed hebben op zijn recht op Groeipakket.

Het aantal uren dat een student hoger onderwijs mag werken, is wel van belang. Je kind mag maximaal 475 uren per jaar werken via een studentenovereenkomst en zo genieten van een verminderde sociale bijdrage. Studentenjobs hebben dus geen invloed op het recht op Groeipakket.

Als een student hoger onderwijs via een gewoon contract (geen studentenjob) werkt en de normale sociale bijdragen betaalt, dan mag hij tot 80 uren per maand werken. Als de student meer dan 80u werkt in een maand, dan valt het recht op Groeipakket weg voor die maand.

Ieder kwartaal zullen wij nagaan hoeveel uren je kind heeft gewerkt. Heeft je kind in een kwartaal meer dan 240 uren heeft gewerkt, dan zal er minstens één maand zijn, waarin het meer dan 80 uren heeft gewerkt. Voor die maand dat je kind dan meer dan 80 uren heeft gewerkt, zal het dan geen Groeipakket krijgen. Je kan wel aantonen dat je kind voor een bepaalde maand toch minder dan 80 uren werkte. Contacteer hiervoor je uitbetaler.

Je kind zal ook geen Groeipakket meer krijgen als het zelfstandige is en bijdragen betaalt als zelfstandige in hoofdberoep. In bepaalde situaties zal je kind ook geen Groeipakket krijgen als het een sociale uitkering ontvangt.

Heeft je kind tijdens de vakanties recht op een Groeipakket?

Een student hoger onderwijs blijft zijn recht op Groeipakket behouden tijdens de vakantieperiodes: de kerst-, paas- en zomervakantie. Een zomervakantie tussen twee academiejaren mag maximaal vier maanden bedragen.

Hervat je kind de lessen niet of schrijft het zich niet opnieuw in, dan is er recht op Groeipakket tot en met het einde van de zomervakantie, namelijk tot en met 30 september.

3. Je kind is een schoolverlater. Heeft het recht op een Groeipakket?

Is je kind een schoolverlater, dan heeft het nog hoogstens twaalf maanden recht op het Groeipakket. Als je kind niet meer voldoet aan de voorwaarden om een Groeipakket te krijgen, begint de termijn van twaalf maanden recht op Groeipakket te lopen. Dit geldt vanaf de einddatum van de zomervakantie of vanaf de datum van de stopzetting onvoorwaardelijk recht, statuut leerling, student of stagiair. Stopt je kind bijvoorbeeld met studeren op 30 september, dan zal het vanaf oktober een spaarpot van twaalf maanden Groeipakket krijgen.

Let op!

Als je kind een inkomens vervangende tegemoetkoming (IVT) krijgt, dan wordt het recht op Groeipakket stopgezet.

Voldoet je kind opnieuw aan de voorwaarde om een Groeipakket te krijgen als leerling, student of stagiair, dan wordt de spaarpot van twaalf maanden onderbroken vanaf de maand nadat je kind opnieuw voldoet aan de voorwaarden. De gebruikte maanden worden dan in mindering gebracht van de spaarpot van twaalf maanden.

Stel dat je kind halverwege de maand opnieuw voldoet aan de voorwaarden om een Groeipakket te krijgen als leerling, student of stagiair, dan zal het diezelfde maand terug zijn recht op Groeipakket hebben. In dit geval wordt er dus geen maand in mindering gebracht van de spaarpot van je kind.

(naar boven)

3. Weeskind

1. Weeskind geworden voor 2019

Een kind dat een of beide ouders verloor voor 2019, behoudt de verhoogde wezenbijslag van 360,83 euro uit de oude kinderbijslagregeling.

Als de overlevende ouder gaat samenwonen, wordt vanaf de volgende maand het gewone basisbedrag van de vroegere kinderbijslag betaald.

Gaat de overlevende ouder opnieuw alleen wonen, dan heeft het kind terug recht op de verhoogde wezenbijslag.

2. Weeskind geworden vanaf 2019

Een kind dat beide ouders verliest, krijgt bovenop het basisbedrag van 163,20 euro een wezentoeslag van 163,20 euro (dus 100% van het maandelijkse basisbedrag extra).

Verliest een kind één ouder, dan krijgt het bovenop het basisbedrag een wezentoeslag van 81,60 euro (dus 50% van het maandelijkse basisbedrag extra).

Het kind krijgt de wezentoeslag zolang het recht heeft op de gezinsbijslag. Ook wanneer de overlevende ouder een nieuw gezin vormt, blijft het de toeslag krijgen.

Een kind geboren voor 2019 dat wees wordt vanaf 2019 komt volledig in de nieuwe Groeipakketregeling.

Een voorbeeld: Kim is geboren op 5 november 2013 en woont bij zijn papa's Bert en Koen. Hij krijgt een Groeipakket met een basisbedrag van 93,93 euro. Papa Bert overlijdt op 13 maart 2019. Vanaf april krijgt Kim het nieuwe basisbedrag van 163,20 euro, aangevuld met een wezentoeslag van 81,60 euro.

(naar boven)

4. Kind met zorgnoden

Heb je een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte, zoals een aandoening, handicap of een chronische ziekte, dan kan het bovenop het basisbedrag een zorgtoeslag krijgen. In het huidige kinderbijslagsysteem heet dit nog de verhoogde kinderbijslag.

Score op de medisch-sociale puntenschaal

Het bedrag van deze toeslag is afhankelijk van de mate waarin de specifieke ondersteuningsbehoefte gevolgen heeft voor je kind zelf en voor zijn familiale omgeving. Vanaf 1 januari 2019 zal Kind en Gezin de aanvraagdossiers beheren. Een door Kind en Gezin erkende arts zal de gevolgen van de specifieke ondersteuningsbehoefte beoordelen.

De arts maakt hiervoor gebruik van de medisch-sociale puntenschaal met het driepijlersysteem. Dit is het systeem dan nu ook gebruikt wordt door de artsen van het Directoraat Generaal voor personen met een handicap. Het resultaat van de beoordeling is een score van maximum 36 punten. Hoe hoger de score, hoe hoger het bedrag van de toeslag.

Wat zijn de bedragen?

Ernst van de aandoening Bedrag per maand
minstens 4 punten in de 1ste pijler en minder dan 6 punten over de drie pijlers € 82,37
6 - 8 punten over de drie pijlers en minder dan 4 punten in de 1ste pijler € 109,70
6 - 8 punten over de drie pijlers en ten minste 4 punten in de 1ste pijler  € 422,56
9 - 11 punten over de drie pijlers en minder dan 4 punten in de 1ste pijler  € 255,99
9 - 11 punten in de drie pijlers en ten minste 4 punten in de 1ste pijler  € 422,56
12 - 14 punten over de drie pijlers € 422,56 
15 - 17 punten over de drie pijlers € 480,48
18 - 20 punten over de drie pijlers € 514,80
+ 20 punten over de drie pijlers  € 549,12

Voor de bestaande gezinnen verandert er niets

Gezinnen die vandaag verhoogde kinderbijslag, een basisondersteuningsbudget en/of een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden ontvangen, behouden deze tegemoetkomingen ook na 1 januari 2019 en dit voor zover hun attest nog verder loopt.

Nieuwe aanvraag zorgtoeslag

Krijg je op 1 januari 2019 nog geen zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte en denk je dat je kind daarvoor in aanmerking komt, contacteer dan je uitbetaler. Deze zal je vraag doorgeven aan Kind en Gezin.

  • Kind en Gezin brengt je in contact brengen met een arts die de specifieke ondersteuningsbehoefte van je kind beoordeelt
  • Kind en Gezin bezorgt je het resultaat van de beoordeling aan de uitbetaler

De uitbetaler bepaalt op basis daarvan het bedrag van de toeslag.

Wie vanaf 1 januari 2019 een hulpvraag stelt via de intersectorale toegangspoort voor minderjarigen, krijgt de zorgtoeslag automatisch toegekend, voor zover hij/zij aan de voorwaarden voldoet. De arts, verbonden aan het multidisciplinair team waar je je vraag hebt gesteld, zal immers ook de beoordeling doen voor de zorgtoeslag. Op deze manier wil de Vlaamse overheid voorkomen dat je kind zich bij twee verschillende artsen moet aanmelden.

(naar boven)

5. Kind in het buitenland

Om recht te hebben op het Groeipakket moet een kind in Vlaanderen gedomicilieerd zijn. Wanneer je als ouder in België werkt of woont en je kind in het buitenland verblijft, dan is er in sommige gevallen ook recht op een Groeipakket. Dit kan op basis van de algemene Europese Verordeningen of de bilaterale akkoorden die België met een aantal landen binnen en buiten Europa heeft afgesloten. Bovendien zijn er ook een aantal uitzonderingen waarbij het kind recht heeft op een Groeipakket.

1. Je kind verblijft of studeert in een land van de Europese Economische Ruimte (EER)

Welke landen maken deel uit van de EER?

België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Tsjechië, Slovakije, Slovenië, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Recht op Groeipakket

Als je kind woonachtig is in Vlaanderen en het verblijft of studeert in een land van de EER, heb je recht op Groeipakket aangevuld met eventuele toeslagen.

Wanneer je kind in het buitenland een recht op kinderbijslag kan openen, is het mogelijk dat er in de 2 landen tegelijk recht op kinderbijslag bestaat. De voorrang wordt bepaald, rekening houdend met de woonplaats van het kind en de prestaties van de gezinsleden in de verschillende lidstaten. Het hoogste bedrag van het Groeipakket wordt steeds gegarandeerd door middel van verschilbetaling.

Let op!

Als je kind studeert in een land van de EER, dan dient het onderwijsprogramma erkend te zijn door de staat van dat land of dan moet de student minstens 17 lesuren/week volgen.

Recht op startbedrag bij geboort