Gezinsinkomen

We berekenen je gezinsinkomen

De berekening van je gezinsinkomen gebeurt aan de hand van de laatst beschikbare gegevens van de Federale Overheidsdienst Financiën. Voor het schooljaar 2019-2020 gaat het om de gegevens van 2017.

Welke inkomsten tellen mee voor de toeslag?

  • het bruto belastbare inkomen (beroepsinkomsten verhoogd met beroepskosten, en/of uitkeringen)

  • het netto belastbare inkomen als zelfstandige x 100 / 80

  • 80 % van de ontvangen onderhoudsgelden* volgens het aanslagbiljet

  • het leefloon of equivalent

  • de inkomensvervangende tegemoetkoming

  • driemaal het geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik, d.w.z. van al je onroerende goederen, behalve je eigen huis en de gebouwen die je gebruikt voor beroepsdoeleinden (te vinden op het aanslagbiljet onroerende voorheffing)

  • eenmaal het geïndexeerd kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden (te vinden op het aanslagbiljet onroerende voorheffing)

  • inkomsten uit het buitenland of inkomsten van een Europese of internationale instelling

* Het gaat om onderhoudsgeld voor ex-partners, niet om alimentatie voor kinderen.

Welke inkomsten tellen niet mee?

  • alle toelagen uit het Groeipakket
  • alimentatie voor de kinderen
  • roerende inkomsten
  • achterstallen voor het verleden
  • verbrekingsvergoedingen voor de toekomst

Van wie tellen de inkomsten mee?

Bij wie heeft het kind zijn domicilieadres op 31 december van het betrokken schooljaar:

1 ouder/opvoeder inkomsten van die ouder/opvoeder
2 ouders/opvoeders inkomsten van beide ouders/opvoeders
1 ouder/opvoeder die samenwoont met niet-verwant inkomsten van beiden
gehuwde, alleenstaande of zelfstandige leerlingen* inkomsten leerling + eventuele partner

* Uitzondering op het domicilieadres.

Een pleegkind dat al meer dan 12 maanden onafgebroken in hetzelfde pleeggezin verblijft op 31 december van het betrokken schooljaar, is vrijgesteld van de financiële voorwaarden.

Als meerdere niet-verwante personen officieel samenwonen, wordt een gezin gevormd met een van de volgende personen, in dalende volgorde:

  • de persoon met wie je gehuwd bent
  • de andere ouder van het kind
  • de persoon met wie je de gezinswoning hebt gekocht
  • de persoon met wie je verklaart de kinderen op te voeden
  • de persoon met wie je het langst samenwoont

De gezinssituatie op 31 december van het betrokken schooljaar telt.